heerlen, pop, recensie

Veren in de reet van Booch! 2012 én een beetje kritiek

Jolijt bij Yellow Claw.

Booch! is één van de leukste zomerfestivals dat ik ken. Niet omdat het plaatsvindt in het centrum van Heerlen, maar door de vaak gedurfde programmering. Goed, wie weinig geld heeft, moet creatief zijn. In vergelijking met dat andere Heerlense stadsfestival, Park City Life, is Booch! een bron van creativiteit. Toch geldt ook in dit geval: het is goed, maar kan beter.

Mijn keuze om live-recensies te publiceren op Fade Out is nog niet gemaakt (wat vinden jullie, lieve lezers, daar eigenlijk van?). Deze van Booch! wordt de eerste óf de uitzondering. Eerder schreef ik ze voor OOR. Zo ook van Booch! 2011. Ook dit jaar verdient het festival een beschouwing. Een andere dan lokale media al hebben gegeven. Het Limburgs Dagblad bracht een kritiekloos sfeerverslag (niets mis mee, trouwens. dat beleid hadden we bij Haarlems Dagblad ook vaak) en eigenlijk vallen de verhalen bij ZwartGoud en Mijnstreek Online (hier en hier) niet echt onder het kopje recensie. Het wachten is wellicht op de kritische beschouwing bij het onlangs nieuw leven ingeblazen De Afgrond (naschrift: en ja, hier staat ie dus).

Niets tegen leuk geschreven nabeschouwingen, maar daar heeft de organisatie van Booch! weinig aan. Die wil kritisch onder de loep genomen worden. Bij deze dus.

Dit jaar verhuisde het festival van het Pancratiusplein naar De Bongerd, het grote marktplein in de stad. Dat heeft z’n voordelen. Het plein is groter, althans zo voelt ‘t. Twee podia zijn tegenover elkaar geplaatst. Omdraaien om de volgende band te zien is in principe genoeg. Toch, de intieme sfeer van het Pancratiusplein wordt gemist. Daar loopt de festivalruimte langzaam over in de publieke ruimte waardoor het onderscheid vervaagt. Voor een stadsfestival is dat, uiteraard, een groot voordeel. De horeca aan het plein werkte echter niet mee.

Op de vrijdagavond breekt dat het festival op. Althans, dat heb ik gehoord. Zelf gaf ik de voorkeur aan Röyksopp en New Order op de Lokerse feesten (beide ontzettend goed). De Bongerd staat in het teken van techno. Op het Pancratiusplein Noord, een uithoek van het plein, mag de nieuwe lichting Heerlense producers de wat ingewikkeldere vormen van bass music ten gehore brengen. Druk is het niet, begreep ik van ooggetuigen. Of dat iets te maken heeft met het niet overvloeien van publieke in festivalruimte? Ik denk het wel. Het Noordgedeelde van het Pancratiusplein is sowieso een uithoek waar je alleen komt wanneer je er moet zijn.

Middleman

De zaterdagavond bewijst wederom hoe populair de harde vorm van dubstep in Heerlen is. Mary Shade en de jonge getalenteerde producer Småland moeten het nog met (te) weinig publiek doen. Het Britse breakbeat gezelschap Middleman krijgt het plein echter aardig vol. Eerder speelden de Britten in poppodium Nieuwe Nor voor tachtig man, nu is Heerlen blijkbaar klaar voor de aanstekelijke mix van breakbeat en indierock. Terecht, want live komt de muziek van Middleman uitstekend uit de verf. Pomrad zorgt voor een tweede hoogtepunt. De Belgische producer speelt zijn synth-partijen live en zit muzikaal ergens tussen Rustie en de Nederlandse Bastian in. Bass music voor gevorderden, eigenlijk. Al heeft hij soms de neiging te plat te werk te gaan. Heeft ie niet nodig. Maar goed, hij is nog jong.

Pomrad

Over plat gesproken: Yellow Claw, Swindle en Reso doen die term eer aan (naschrift: bij die laatste twee lag dat vooral aan het geluid). Yellow Claw is een absoluut muzikaal dieptepunt. Gemakzuchtig worden bekende gitaarrifs of popmelodieën gebruikt om nummers aan te kondigen om daarna een dikke dubstep-beat in te laten vallen. Tenenkrommend slechts. Maar de tieners op het inmiddels uitpuilende plein vinden het uiteraard fantastisch. Hitje ‘Krokobil’ zet het plein helemaal op z’n kop. Dat is goed. En past bij de filosofie van Booch! om zich te richten op de jeugd in Parkstad. Dat klinkt aanlokkelijk en aannemelijk. De jeugd trekt immers weg naar andere oorden. Toch: op zaterdagavond is wel erg weinig gedacht aan de volwassen dance-liefhebber. En die verdient ook aandacht. Jongeren blijven immers niet in Parkstad omdat er genoeg te doen is voor jongeren, maar omdat er ook nog genoeg te doen is wanneer ze eenmaal studeren of beginnen aan hun eerste baan. Dat wordt in Heerlen wel eens vergeten. Lees er het rapport over het succes van de Culturele Lente in de stad maar op na.

Wat is er met de hardcore-scene van Heerlen aan de hand? Jubileum-concert van Born From Pain niet uitverkocht en er zijn zondagmiddag veel te weinig mensen bij de show van Unchained Breathing, een exponent van de nieuwe lichting hardcore-bands uit de regio. Op het podium mist de band echter de kracht die van de opgenomen versie van het nieuwe nummer ‘Anthem’ spat. Misschien is een tweede gitarist op het podium geen overbodige luxe. De Heerlense band verdient een beter geluid want de mengeling van oude emo (hallo Fugazi), metal en hardcore is bij vlagen te gek. Zeker als de synthesizer wordt ingezet. Later op de dag krijgen Only Seven Left (die kent iedereen inmiddels wel), Your Demise (standaard hardcore uit het zuiden van Engeland) en Royal Republic (goed gespeelde rock-clichés uit Zweden) het plein voor het hoofdpodium aardig vol, maar zo vol als op zaterdagavond? Nee, dat wil zondag maar niet gebeuren.

Rats On Rafts

Zeker niet voor het kleine podium van de twee. En dat is jammer, want muzikaal valt juist daar veel te genieten. Van Rats On Rafts, bijvoorbeeld. De Rotterdamse postpunk-band die klinkt alsof ie zo uit de buitenwijken van Birmingham is gehaald, klinkt live net zo, eh, ‘authentiek’ en oprecht als op album. Maar veel goede kritieken in de Nederlandse en buitenlandse pers én een legendarisch optreden in DWDD zijn niet genoeg, zo blijkt in Heerlen. De veelvuldig op Studio Brussel gedraaide Belgische pop van SX en Kapitan Korsakov krijgt eenzelfde onthaal. Die laatste band maakt het zich ook niet gemakkelijk. Als de laatste tonen van Only Seven Left zijn weggestorven, vraagt zanger Peter-Paul Devos wie de band ook zo ontzettend kut vond. Tja, daar maak je vrienden én vijanden mee. Ach, provoceren zit ‘m in het bloed (naakt op het Dour-podium) en dat past uitstekend bij de rauwe mengeling van garagerock en indie uit het begin van de jaren 1990. Toen indie nog indie was, zeg maar. De Gentse band is net zo opwindend als Jon Spencer Blues Explosion en Trumans Water.

Kapitan Korsakov

Ook SX steekt met kop en schouders boven de middelmaat uit. Single ‘Black Video’ is vaak te horen bij Studio Brussel. Te gek nummer dat zo van de nieuwe van Roisin Murphy had kunnen zijn. Ja, zo goed zijn de Belgen. Live steelt zangeres Stefanie Callebaut de show. Aan alles hoor en zie je: SX gaat groot worden. Gebeurt vast ook met Oberhofer uit Brooklyn, dat op meerdere plekken een hipster-band wordt genoemd. Nu zijn Amerikaanse hipsters toch beduidend minder hip dan Duitse. Geen baard te bekennen. Live klinkt de band rond Brad Oberhofer als de latere Pavement – zo van rond en na Wowee Zowee – maar dan zonder valse, ontstemde instrumenten en instrumentalisten die ernaast zitten. Er zit in ieder geval net zo veel beweging in de band. Oberhofer is op z’n best als de fragiele liedjes nét niet ontsporen door het gitaargeweld. Dan maken de Newyorkers indruk.

SX

Kortom, verrassend goede programmering op het kleine podium aan De Bongerd op zondag. Dat maakt Booch! juist zo’n goed festival: de organisatie heeft oog voor opkomend talent en durft het aan de nek uit te steken. Toch mag de dance-programmering spannender en uitdagender. Zoals die vorig jaar spannender en uitdagender was. Al blijft het lastig met ‘de jeugd’ als primaire doelgroep. Dat doet geen recht aan de gemêleerde groep muziekliefhebbers in Heerlen en omstreken. En, uiteindelijk, ook niet aan de jeugd zelf die, eenmaal oud genoeg, richting Randstad vertrekt. En haal het échte Pancratiusplein er gewoon weer bij, gewoon samen mét De Bongerd. Heb je meteen een perfecte plek voor de dance-programmering.

Beeld: René Bradwolff.

Gezien en gehoord: Booch! 2012, 11 en 12 augustus, De Bongerd en Pancratiusplein Noord, Heerlen.

opkomend talent Smaland.

Standard
dance, OOR, pop

Bass music: dance voor de internetgeneratie

Verschenen in de eerste OOR van dit jaar: mijn artikel over bass music.

Dubstep mengen met kitscherige trance, emotionele pianopartijen en lekker in het gehoor liggende gitaarpartijen? Skrillex is er in een jaar tijd groot mee geworden. Goedkoop sentiment? Misschien. Doet echter niets af aan de immense populariteit van de Amerikaanse producer. En hij staat er niet alleen van voor. De toekomst van dance heet bass music.
Continue reading

Standard
dance, kunst, pop

Zondagclip #29: Actress

In de media en op de blogs die ik volg komt iedereen superlatieven te kort om R.I.P., de derde langspeler van Actress, te omschrijven. En ja, Zuid-Londenaar Darren J. Cunningham heeft een te gek album gemaakt. Bij Pitchfork wordt er beweerd dat hij stappen voorloopt op die andere vernieuwers Burial en Zomby omdat hij ‘post-dancemusic’ is. Dat is te eenvoudig. En, om eerlijk te zijn, moet ik R.I.P. nog vaker draaien om er een duidelijke mening over te hebben en het album te plaatsen binnen te context van het nu. Gaat nog gebeuren. Dat het een te gek album is? Staat ook voor mij buiten kijf.

Darren J. Cunningham is in ieder geval net zo mysterieus als Burial en Zomby. In Dazed & Confused staat een vreemd interview met hem. Het tijdschrift maakte ook er ook een korte video bij.

Binnenkort meer Actress.

Standard
dance, pop

Zondagclip #26: Squarepusher vs Benga

Poeh, wat een citatenmachine is ‘Dark Steering’, het nieuwe nummer van Tom Jenkinson aka Squarepusher. Op Youtube leidt dat tot heftige reacties, al wordt er weinig op ‘niet leuk’ gestemd. Wat het probleem is? Squarepusher reageert op de huidige trends in elektronische dansmuziek. Dat doet ie radicaal. Guido vd Brink, producer, labeleigenaar en dj uit Rotterdam wiens mening ik zeer waardeer, reageerde bij Facebook op het nummer én clip:

“Ik kan het niet zo mooi verwoorden als dat jij dat kan maar het raakt me niet het is gewoon gepiegel op een “dubstep” ritme net als wat aaaal die anderen ook doen alleen nu doet squarepusher het. helaas maakt dat het niet heel erg beter. Wanneer gaan mensen weer is iets eigens doen. Ik vind het niet bijzonder in ieder geval. En dan heb ik he nog niet over de clip gehad: Been there done that!”

Kortom, Jenkinson doet wat anderen doen, doet dat niet exceptioneel goed en dat verwacht je wel van ‘m. Ik begrijp Guido heel goed. Het lijkt er eerder op dat Jenkinson ons een spiegel voor wil houden. Door Daft Punk, dubstep, drum’n’bass en jaren negentig (video)esthetiek door elkaar te husselen wil hij zeggen: er gebeurt momenteel helemaal niets. Goed, ik werd volwassen in de jaren negentig toen experiment nog de norm was. Ik kan dus wel iets met ‘Dark Steering’. Toch maar eens proberen Jenkinson te spreken te krijgen over de koerswissel.

Dan Benga. De Londense producers, echte naam Adegbenga Adejumo, levert met ‘I Will Never Change’ ook een soort retro-dubstep-rave-vehikel af. Doet me muzikaal weinig, maar de clip is prachtig. Daar worden 960 vinlyplaten aan elkaar geregen tot een prachtige bevroren golf. Idee is van Christopher Barrett and Luke Taylor (Us) en je leest er bij Creative Review meer over. Frank Kloos noemde het eindresultaat meteen New Aesthetic en waar hij eerder voor frnkfrt over schreef. En ja, door dat prachtige beeld krijgt ook de muziek een nieuwe betekenis. Prachtig, maar eigenlijk te kort.

Standard