pop

Lost Bear kiest voor meer rock op Shingolai

In 2011 debuteerde Lost Bear met langspeler Limshasa. Goed album dat naadloos in de trend van neo-indie paste. De Utrechters grepen er terug op Dinosaur Jr., Pavement, Buffalo Tom, Pearl Jam en fIREHOSE. Amerikaanse indie uit de jaren tachtig, vroege begin jaren negentig dus. Dat deden de zeven (!) zo goed dat de oude helden bijna vergeten werden. Knap werk.

Eind vorig jaar verscheen een nieuwe ep van het gezelschap: Shingolai. Door mij schaamteloos over het hoofd gezien. Na ja, dat is niet helemaal waar. De ep heeft heel wat draaibeurten gehad tijdens mijn vele treinreizen de afgelopen maanden. Over de muziek schrijven kwam er nog niet. Had ik drie maanden geleden al moeten doen, want Lost Bear klinkt hier nog beter dan op het debuut en de split met stadsgenoten Schotel Van De Dag uit 2011.

Dat komt vooral door de wellicht onbekende keuze die band heeft gemaakt. De noise- en gitaarpopinvloeden zijn naar beneden geschroefd, het rockidioom verder ingekleurd. Vijf nummers staan er op Shingolai, amper genoeg voor een klein kwartier muziek. In mijn recensie van Limshasa noemde ik Andrew Wood als voorbeeld voor zanger Casper Steenhuizen, Mother Love Bone voor het geluid dat Lost Bear bij vlagen produceert. Wel, die vergelijking ligt er nu behoorlijk dik bovenop. Sterker nog: Shingolai had net zo goed een vergeten ep kunnen zijn van een band die zo rond 1989 rond Portland furore maakte en door Mother Love Bone werd uitgenodigd als voorprogramma. Bij wijze van spreken.

Zou om meerdere reden goed passen. Het bonte, extravagante van Andrew Wood en Mother Love Bone hoor je terug in Lost Bear. Niet zozeer het flamboyante van de veel te vroeg overleden zanger, maar de muzikale diepgang en openheid van zijn band in de begintijd van grunge. Met name de blazers verrijken het geluid van de Utrechters en geven hun indierock een extra laag. En dan is er nog de energie die van de vijf nummers afspat. Ook die lijkt op die van Mother Love Bone. De nummers klinken alsof er een feestje wordt gebouwd in de studio, het genieten van het spelen belangrijker is dan de kwaliteit van de opnamen. Zoveel levensvreugde hoor je weinig bij een hedendaagse popband. Lost Bear speelt alsof het leven ervan af hangt.

Dat hoor je al vanaf de eerste noot. ‘Sohilait’ is een schots en scheve rocker met prachtige blazerswerk en veel soul. Op FileUnder.nl wordt niet voor niets gerefereerd aan King’s X. Goed gehoord. ‘Science’ is Amerikaanse indie anno 1989 all over again. Prachtig. Ja, de muziek van Lost Bear is ouderwets, retro wellicht. Maar wat maakt ‘t uit? Zoveel energie en emotie samengebald in een kwartier muziek van deze kwaliteit hoor je zelden.

Shingolai van Lost Bear is verschenen bij Shaky Maracas/Snowstar. Meer Lost Bear: lostbearmusic.wordpress.com.

Standard
pop

Vox von Braun: neo-indie uit Groningen

Ja, misschien is het marketingtechnisch niet zo’n goed plan om je album in december uit te brengen. Te laat voor de jaarlijstjes? Ja, tuurlijk. Maar ‘who cares?’. Blogs in Nederland (ik niet, want ik ben tijdelijk in slowmotion-stand) en Engeland pikten Vox Von Braun gewoon wél op. Ach, hoe dan ook: Something Ain’t Wrong is een te gek album. Daarover snel meer op dit blog en wellicht ergens anders (ja, ik ga dus toch ergens anders schrijven als vervanging voor OOR, maar laat nog even in het midden waar).

Standard
pop

Indie is dood, leve neo-indie! bij frnkfrt

Probably come to die in this town
Live here my whole life

Kerosene, Big Black (1987)

Onlangs publiceerde muziekblad OOR een lijst van de beste indie-nummers aller tijden. Het eerste weekend van september vindt in Amsterdam de eerste independent-platenmarkt plaats. Termen als indie en DIY zijn hip, maar wat betekenen die termen eigenlijk nog in een wereld waarin alles eerst wordt uitgedrukt in geld?

“Dankzij het internet kunnen muzikanten voor het eerst in de geschiedenis zelfstandig en op een toegankelijke manier een massapubliek bereiken. De bal ligt nu bij de muzikanten. Het benutten van de mogelijkheden van de digitale muziekcultuur vraagt om een actieve houding, lef om te innoveren en inzicht in de behoeften van de hedendaagse muziekliefhebber. Maar als er een tijd is waarin het voor muzikanten loont om het zelf-te-doen, dan is het nu”, schrijft Maarten Brinkerink in ‘Cyberindie, Digitale Cultuur En De Veranderende Muziekindustrie’ – de scriptie waarmee hij in 2008 afstudeerde aan de opleiding Nieuwe Media en Digitale Cultuur van de Universiteit van Utrecht (1). Brinkerink spreekt er van de derde indierevolutie, na punk eind jaren 1970 en de opkomst van indiepop midden jaren 1980. Hij heeft gelijk: de mogelijkheden zijn er. Maar dat is niet voldoende.

Lees verder bij frnkfrt.

Standard